Terwijl Brussel nog volop debatteert over het wel of niet verbieden van olie- en gaswinning in het Arctische gebied, zet Noorwegen koers naar het noorden. Energieminister Terje Aasland liet onlangs weten dat zijn land de olie- en gaswinning in de Barentszzee zal uitbreiden, ongeacht de standpunten van de Europese Unie. “Gezien de huidige geopolitieke en veiligheidssituatie en de beschikbare middelen ben ik van mening dat voortzetting van de activiteiten in de Barentszzee zowel in het belang is van Noorwegen als van Europa”, aldus Aasland.
Het is een opvallende koerswijziging voor een land dat zich eerder nog profileerde als de “groene batterij” van Europa — en tegelijk een bevestiging van wat wij bij Geotrendlines al geruime tijd betogen: de wereldeconomie draait nog altijd op olie en gas. Om de energievoorziening voor het continent veilig te stellen, zeker in het licht van de aanhoudende oorlog in Oekraïne en het stopzetten van aanvoer van energiebronnen uit Rusland, is het noodzakelijk dat Europa alternatieven heeft.
In 2021 nam de EU het standpunt in dat het boren naar olie en gas in het Arctische gebied onwenselijk is, vooral vanwege milieuredenen. Maar de laatste maanden kantelt dat beeld snel, zoals blijkt uit deze briefing die in juni werd verspreid binnen het Europees Parlement. De veiligheidssituatie in de wereld is veranderd en dwingt Europa om meer zelfvoorzienend te worden in de winning van energie en andere grondstoffen. En door het smelten van ijs in het gebied zijn er meer kapers op de kust.

Van ‘groene batterij’ terug naar olie en gas
De uitspraak van Aasland dat de rol van Noorwegen als ‘groene batterij’ voor de EU een “flawed idea” was, markeert een keerpunt. De diepe integratie met het Europese stroomnet — via nieuwe hoogspanningsleidingen naar Groot-Brittannië en Duitsland — zou een balancerend effect moeten hebben op de fluctuerende opbrengst van zon- en windenergie in Noordwest-Europa, maar in de praktijk heeft het Noorse huishoudens juist blootgesteld aan extreme prijsschommelingen. Nieuwe kabels komen er niet meer en Noorwegen keert zich qua stroomvoorziening weer naar binnen: maximale waarde uit eigen hulpbronnen, in plaats van dienstbaarheid aan het Europese vasteland.
Sinds de Russische inval in Oekraïne in 2022 is Noorwegen de grootste gasleverancier van Europa, goed voor circa 30 procent van de gasvraag van de EU en Groot-Brittannië. Vorig jaar bereikte de gasproductie bijna recordhoogte en lag de olieproductie op het hoogste niveau sinds 2009. Die positie wil Oslo vasthouden: de productie moet tot minstens 2035 op ongeveer huidig niveau blijven, en de Barentszzee is daartoe essentieel.
Equinor-topman Anders Opedal voegde daaraan toe dat olie en LNG uit het Arctische gebied, mocht de EU het weigeren af te nemen, prima elders in de wereld verkocht kan worden. “Het enige wat daaronder zal lijden is de Europese veiligheid.”
‘Productiedaling na 2030’
De urgentie achter de Noorse koers wordt pijnlijk duidelijk uit een recent rapport van de Norwegian Offshore Directorate. Noorwegen produceert momenteel meer olie en gas dan de industrie aan nieuwe bronnen weet te vinden. Zonder nieuwe ontdekkingen zal de productie na 2030 snel inzakken: richting 2035 naar omgerekend 1 miljard vaten olie-equivalent per jaar, een halvering ten opzichte van het huidige productieniveau.
Het rapport schetst drie scenario’s voor 2050, variërend van 65 procent van het huidige productieniveau (hoge exploratie) tot amper 5 procent (lage investeringen). Het netto-contante-waardeverschil tussen die uitersten bedraagt zo’n $344 miljard — bij extremere prijsaannames zelfs bijna $900 miljard. Met andere woorden, het is economisch zeer rendabel om te blijven zoeken naar nieuwe energiebronnen.

De cijfers laten zien hoe lucratief exploratie kan zijn: tussen 2000 en 2025 leverden nieuw ontdekte bronnen bijna $430 miljard aan waarde op — goed voor vier dollar opbrengst per geïnvesteerde dollar. En er is nog veel meer te ontdekken, maar de productie concentreert zich nog altijd nabij bestaande infrastructuur. Dat terwijl de grootse potentie in het nog grotendeels onbewerkte noorden ligt.

Ideologie versus realiteit
Hier zit een van de meest duidelijke paradoxen van de moderne energietransitie. Noorwegen wordt wereldwijd gezien als hét toonbeeld van elektrisch rijden: het land heeft verreweg het grootste aandeel elektrische auto’s per hoofd van de bevolking en vrijwel elke nieuw verkochte auto is elektrisch.
Maar hoe werd dat gefinancierd? Indirect met inkomsten uit export van olie en gas. De staatsinkomsten uit de petroleumsector — gestort in het Government Pension Fund Global, in de volksmond het “Oliefonds”, inmiddels ruim $1,9 biljoen waard — dragen de Noorse welvaartstaat, en daarmee ook de subsidies en fiscale voordelen die de EV-revolutie mogelijk maakten. Noorwegen elektrificeert zichzelf met fossiele brandstof, en Europa lijkt maar één kant van de medaille te willen zien.
Voor Noorwegen is dit geen hypocrisie, maar rationeel rentmeesterschap: het land benut zijn hulpbronnen maximaal zolang de markt ze vraagt, en bouwt intussen een elektrisch wagenpark uit voor de dag dat de olie- en gasproductie afneemt. Want het Scandinavische land kan ook putten uit tal van waterkrachtbronnen, een luxe positie die veel West-Europese landen niet hebben. Daar wordt de eigen energievoorziening afgebouwd vóórdat de alternatieven er zijn. Het gevolg: gasvoorraden die achterblijven en een overvol stroomnet.
Conclusie
Onze eerdere analyses beschrijven deze ontwikkeling in feite al. We schreven dat de energietransitie energie onnodig duur en schaars maakt (februari 2024), dat investeringen in olie en gas noodzakelijk blijven (september 2023) en dat de energiesector structureel ondergewaardeerd is (juli 2023). De neergang van de ESG bubbel heeft de weg vrijgemaakt voor noodzakelijke investeringen die jarenlang werden ontmoedigd. En de recente constatering dat Europa het Russische gas veroordeelt, maar meer vloeibaar gas dan ooit van Rusland koopt (juli 2026), laat zien dat de vraag niet verdwijnt, maar enkel van aanbieder wisselt.
Noorwegen begrijpt wat Brussel nog niet wil zien: energie-onafhankelijkheid is een illusie als je de eigen productie van olie en gas afbouwt terwijl de vraag blijft bestaan. Zoals IEA-directeur Fatih Birol de EU in juli al verzocht: heroverweeg het verzet tegen Arctische olie en gas, omdat Europa die voorzieningen straks nodig heeft. Greenpeace waarschuwde voor stranded assets, maar het risico op “gestrande” Europese industrie door gebrek aan betaalbare energie lijkt op korte termijn veel reëler.
Voor beleggers blijft de les overeind: olie- en gasaandelen met sterke balansen en toegang tot economisch rendabele reserves bieden bescherming in een wereld waarin de aanbodkant krapper wordt gemaakt door politieke keuzes, niet door geologie of technologische beperkingen.
Noorwegen heeft het lef om te kiezen voor realiteit boven retoriek. De rest van Europa doet er verstandig aan daarvan te leren — want anders trekt het binnenkort aan het kortste eind, en moet het mogelijk haar embargo op Russische energie toch heroverwegen.
Lees ook:
- Warren Buffett ‘Energiesector nog steeds ondergewaardeerd’ (26 juli 2023)
- OPEC ‘Investeringen in olie en gas blijven noodzakelijk’ (14 september 2023)
- Kredietbeoordelaar S&P laat ESG scores vallen (10 augustus 2023)
- Energietransitie maakt energie onnodig duur en schaars (16 februari 2024)
- Energietransities vanuit historisch perspectief (24 februari 2025)
- Energiecrisis in Europa Einde van ‘net zero’ en Russische sancties (31 maart 2026)
- Europa veroordeelt Russisch gas, maar koopt meer LNG dan ooit (20 juli 2026)
- Europa heeft energiecrisis grotendeels zelf veroorzaakt (29 oktober 2022)
- Nederland van het gas af Daar zou ik mijn geld niet op zetten (30 maart 2021)
Dit artikel verscheen op 28 augustus in de Geotrendlines Weekly. Wil je meer van dit soort artikelen ontvangen? Laat dan onderaan deze website je e-mailadres achter en lees onze weekupdate een maand gratis!
