Van wereldorde naar vermogensregie: hoe blijf je wendbaar in een tijd van grote verschuivingen?

Van wereldorde naar vermogensregie: hoe blijf je wendbaar in een tijd van grote verschuivingen?

Deze week organiseerden we speciaal voor leden van GRYP een uitgebreide Q&A over de grote veranderingen die momenteel plaatsvinden in geopolitiek, geld en maatschappij. We spraken onder meer over de opkomst van een multipolaire wereldorde, het verlies van vertrouwen in instituties, de mogelijke terugkeer van goud als monetaire asset, de kwetsbaarheid van staatsobligaties, Europese plannen om kapitaal richting strategische sectoren te sturen en de vraag hoe je vermogen kunt beschermen in een wereld waarin oude zekerheden steeds minder vanzelfsprekend worden.

Ook heel concrete vragen kwamen aan bod. Wanneer wordt goud eigenlijk te duur? Hoe kwetsbaar is Europa op het gebied van energie? Wat betekenen stijgende aandelenkoersen als tegelijkertijd de waarde van geld verandert? En hoe kun je niet alleen financieel, maar ook geografisch spreiden? De rode draad: we proberen niet de volgende krantenkop te voorspellen, maar zoeken naar de structurele veranderingen daarachter en wat die betekenen voor vermogen en handelingsvrijheid.

Dit soort sessies organiseren we ieder kwartaal voor onze eigen Geotrendlines Premium-abonnees. Daarbij gaan we dieper in op onze visie en modelportefeuille en beantwoorden we uitgebreid de vragen van abonnees over geopolitiek, financiële markten, goud, energie, valuta en vermogensbescherming. Wil je niet alleen onze analyses lezen, maar ook rechtstreeks je eigen vragen aan ons kunnen voorleggen? Abonneer op Geotrendlines Premium en verbeter je visie, beleggingsstrategie en kennis.

Samenvatting Q&A sessie GRYP

Wat gebeurt er wanneer geopolitiek, geld en maatschappelijke verandering niet langer afzonderlijke ontwikkelingen zijn, maar onderdelen van één grote systeemtransitie? Tijdens het GRYP-webinar van 8 september namen Sander Boon en Frank Knopers van Geotrendlines de deelnemers mee in hun analyse van een wereld die volgens hen op meerdere fronten tegelijk kantelt. Van de opkomst van een multipolaire wereldorde en de terugkeer van goud tot Europese kapitaalstromen, energiezekerheid en de vraag hoe je vermogen beschermt in onzekere tijden.

Geopolitiek is misschien wel een van de lastigste onderwerpen om GRYP op te krijgen. Niet omdat er een gebrek aan informatie is — eerder het tegenovergestelde. Dagelijks worden we overspoeld met nieuws, analyses, grafieken en stellige meningen. De uitdaging zit vooral in het herkennen van de grotere bewegingen achter al die losse gebeurtenissen.

Daar ligt precies de kracht van Geotrendlines. Sander Boon kijkt primair naar de grotere patronen rondom geopolitiek, macht, instituties en beeldvorming. Frank Knopers maakt vervolgens de vertaalslag naar geld, financiële markten en vermogensbescherming. Geotrendlines combineert die invalshoeken in een kennisplatform, verdiepende analyses en een modelportefeuille.

Tijdens het webinar werd duidelijk waarom die combinatie interessant is. Want goud, olie, oorlog, overheidsschulden, verkiezingen, energieprijzen en financiële markten lijken misschien verschillende onderwerpen, maar grijpen voortdurend op elkaar in.

De wereld van gisteren

Sander begon daarom niet bij de actualiteit, maar bij het grotere raamwerk. Na de Tweede Wereldoorlog ontstond een wereldorde die sterk rond de Verenigde Staten werd georganiseerd. De dollar kreeg een centrale rol, internationale instituties als het IMF en de Wereldbank werden belangrijk en Europa ontwikkelde zich onder de Amerikaanse militaire en economische paraplu.

Volgens Sander zijn we die ordening in de loop van tientallen jaren als vanzelfsprekend gaan beschouwen. Juist daardoor is het moeilijk om te herkennen wanneer de spelregels veranderen.

Een belangrijke ontwikkeling daarin was de groei van het zogenoemde eurodollarsysteem: dollars die buiten de Verenigde Staten werden aangehouden en uitgeleend. Dat internationale kredietsysteem werd een belangrijke financieringsbron voor globalisering. Tegelijkertijd verhuisde een groot deel van de industriële productie vanuit het Westen naar Azië, met China als belangrijkste winnaar.

Daar liep volgens Sander een tweede ontwikkeling parallel aan: de groei van een bestuurlijke en maatschappelijke consensus waarin steeds meer werd gedacht vanuit internationale samenwerking, technocratie en maakbaarheid.

Die combinatie van goedkoop krediet, globalisering, economische groei en steeds grotere instituties werkte lange tijd. Maar ze bouwde volgens GEOTrendlines ook forse onevenwichtigheden op.

Drie breuklijnen

Het centrale schema uit de presentatie bracht die analyse terug tot drie onderling verbonden domeinen: geopolitiek, geld en maatschappij.

Op elk van die terreinen ziet Geotrendlines een gevestigde orde die steeds nadrukkelijker wordt uitgedaagd.

Geopolitiek komt die uitdaging vanuit onder andere de BRICS-landen en de wens van landen om minder afhankelijk te worden van het Westen. Monetair ontstaat discussie over de dominantie van de dollar en groeit de belangstelling voor goud en nieuwe digitale betaalvormen. Maatschappelijk ziet Sander een toenemende spanning tussen burgers en gevestigde instituties.

Het kantelpunt ligt volgens hem grofweg ergens tussen 2014 en 2016. Brexit, de verkiezing van Donald Trump en de groei van populistische bewegingen waren geen losse incidenten, maar signalen dat een deel van de bevolking zich niet langer herkende in de bestaande ordening.

Die beweging is sindsdien alleen maar sterker geworden. De wereld die daaruit ontstaat, omschrijft GEOTrendlines als een overgang van unipolair naar multipolair: minder één dominante internationale orde en meer soevereine machtsblokken die vanuit hun eigen belangen opereren. In de presentatie werd dat vertaald naar drie mogelijke trends: een multipolaire geopolitieke ordening, fysiek goud als neutralere monetaire reserve en maatschappelijk meer decentralisering en pluraliteit.

Europa dreigt de aansluiting te missen

Een terugkerend onderwerp gedurende de avond was Europa. In de visie van Sander en Frank bevindt Europa zich in een lastig parket. Terwijl de Verenigde Staten onder Trump opnieuw nadrukkelijk kiezen voor nationale belangen, deregulering en herindustrialisering, en landen als China, Rusland en de Golfstaten steeds strategischer opereren, blijft Europa volgens hen sterk vasthouden aan centralisering, regulering en de instituties van de afgelopen decennia.

Tijdens de Q&A werd gevraagd of Europa eigenlijk nog wel een zelfstandig geopolitiek machtsblok is.

Sander was daar weinig optimistisch over. Europa heeft volgens hem zijn militaire veiligheid lange tijd uitbesteed aan de Verenigde Staten, functioneert financieel binnen het dollarstelsel en heeft ook cultureel sterk naar Amerika gekeken. Daarmee is het vermogen om zelfstandig geopolitieke keuzes te maken afgenomen.

Frank wees tegelijkertijd op de kansen die juist een klein land als Nederland in een multipolaire wereld zou kunnen hebben. Niet door overal partij in te kiezen, maar juist door pragmatisch handel te drijven.

Hij noemde Servië als voorbeeld: samenwerken met zowel Oost als West wanneer dat in het nationale belang is. Voor Nederland zou dat volgens hem betekenen: aantrekkelijk zijn voor ondernemers en kapitaal, handelsrelaties onderhouden en veel minder ideologisch naar internationale betrekkingen kijken. Nederland zou daarin kunnen leren van een land als de Verenigde Arabische Emiraten, dat ook kapitaal en ondernemers aantrekt met een gunstig ondernemersklimaat.

Een interessante gedachte voor een land dat groot is geworden met handel.

Waarom verplaatst DNB zijn goud?

Daarna maakte Frank de stap van de grote analyse naar een aantal concrete actuele onderwerpen.

De eerste: waarom verplaatst De Nederlandsche Bank goud? DNB heeft recent opnieuw een deel van haar buitenlandse goudpositie aangepast. De meest voor de hand liggende verklaring is risicospreiding en geopolitieke onzekerheid.

GEOTrendlines kijkt er breder naar. Frank plaatste het besluit in de lange monetaire geschiedenis van goud. Eeuwenlang functioneerde goud als internationaal monetair anker. Onder het moderne dollar systeem verdween die functie grotendeels naar de achtergrond.

Maar sinds de financiële crisis van 2008 kopen centrale banken opnieuw goud. Rusland en China deden dat op grote schaal, maar ook landen als Polen en Hongarije bouwden hun reserves uit of haalden goud terug naar eigen grondgebied.

Volgens Frank is minstens zo interessant dat centrale banken hun fysieke goud-infrastructuur moderniseren. Hij wees bijvoorbeeld op kluizen die geschikt worden gemaakt om goud sneller te verplaatsen en internationaal te verhandelen. Nederland verplaatste het goud naar Zeist nabij een militaire landingsbaan, Frankrijk moderniseerde haar goudkluis. Ook worden oude goudbaren met een lagere zuiverheid omgesmolten naar staven volgens de LBMA standaard.

Daar komt een nieuwe technologische ontwikkeling bij: tokenisatie. Wanneer eigendom van fysiek goud via blockchain technologie kan worden overgedragen, hoeft het goud zelf niet bij iedere transactie van kluis naar kluis te worden gebracht. Zo kan goud praktischer als settlement worden gebruikt, zonder de logistieke rompslomp.

De bredere hypothese van Geotrendlines is daarom dat goud via de achterdeur opnieuw een actievere rol kan krijgen in het internationale financiële systeem. Niet omdat goldbugs dat willen, maar omdat er geen andere weg is uit dit schuldensysteem.

Wanneer wordt goud eigenlijk te duur?

Dat leidde tijdens de Q&A vanzelfsprekend tot de vraag: wanneer is goud te duur?

Sander draaide die vraag eigenlijk om. Wie goud uitsluitend als belegging ziet, vergelijkt de prijs met productiekosten, historische koersen of een gewenst rendement. Maar wanneer goud opnieuw een monetaire functie krijgt, verandert volgens hem het referentiekader volledig.

Hij wees op de enorme omvang van staatsschulden ten opzichte van de waarde van officiële goudreserves. Wanneer goud een grotere rol zou moeten spelen bij het stabiliseren of herstructureren van het monetaire systeem, kan de benodigde waardering veel hoger liggen dan beleggers op basis van traditionele maatstaven zouden verwachten.

Zijn kernpunt:

Goud moet je in dat scenario minder zien als een gewone belegging en meer als een monetair metaal.

Frank voegde daar een interessante paradox aan toe. Goud ontleent een groot deel van zijn monetaire bruikbaarheid juist aan het feit dat het industrieel relatief weinig toepassingen kent. Daardoor kan het grote hoeveelheden financiële waarde vertegenwoordigen zonder massaal aan andere economische toepassingen te worden onttrokken.

Gaat Brussel ons spaargeld gebruiken?

Een tweede onderwerp was de Europese Savings and Investments Union en de ambitie om een groter deel van het Europese spaargeld richting investeringen te bewegen.

In het publieke debat wordt regelmatig gesproken over honderden miljarden of zelfs biljoenen euro's aan Europees spaargeld dat onvoldoende productief zou worden ingezet.

Frank zette daar een belangrijke kanttekening bij: spaargeld bij een bank ligt helemaal niet werkloos op een plank.

Banken gebruiken spaargelden voor hypotheken, bedrijfsfinancieringen, staatsobligaties en andere kredieten. Het geld is dus al onderdeel van de economie.

De werkelijke verandering zit volgens Geotrendlines daarom niet zozeer in het 'activeren' van slapend geld, maar in de wens om kapitaal nadrukkelijker naar politiek gewenste sectoren te sturen — bijvoorbeeld defensie, klimaat, infrastructuur en AI.

Dat kan bijvoorbeeld via garanties en securitisatie, waardoor investeringen die banken anders misschien te riskant zouden vinden aantrekkelijker worden.

Daarmee raakt dit onderwerp aan een bredere GRYP-vraag: in welke mate blijft de eigenaar van vermogen zelf bepalen waar zijn kapitaal terechtkomt? Wanneer je het op een bankrekening laat staan weet je dat niet.

Het onderschatte risico van staatsobligaties

Daar kwam nog een financieel risico bij. Veel mensen zien staatsobligaties als een vrijwel risicoloos fundament van het financiële systeem. Maar juist doordat staatsobligaties op enorme schaal als onderpand worden gebruikt, kunnen problemen op die markt zich razendsnel verspreiden.

Frank verwees naar de Britse obligatiecrisis van 2022. Dalende obligatiekoersen kunnen leiden tot hogere rentes, lagere onderpandwaardes en gedwongen verkopen van staatsobligaties. Daardoor kan een zichzelf versterkende beweging ontstaan.

Waar 2008 vooral draaide om problemen met vastgoed en hypotheekleningen, sluit Geotrendlines niet uit dat een volgende grote financiële crisis zich juist rond staatsobligaties manifesteert.

Hun praktische conclusie is overigens niet dat vermogen massaal uit banken moet worden gehaald, maar wel dat concentratierisico moet worden vermeden.

Vermogensbescherming begint met spreiding

Een van de vragen van de avond was: Als je vandaag vanaf nul vermogen zou moeten beschermen voor de komende tien jaar, welke risico's zou je dan absoluut niet ongedekt laten?

Frank keek daarvoor naar de geschiedenis van vermogende families.
De rode draad: spreiding. Niet alleen tussen aandelen en obligaties, maar tussen fundamenteel verschillende soorten bezit. Vastgoed, land, goud, kunst of andere tastbare bezittingen kunnen allemaal een rol hebben. Wie voldoende vermogen heeft, kan bovendien geografische spreiding toevoegen.

De gedachte daarachter is eenvoudig. Wanneer vrijwel je hele vermogen bestaat uit vorderingen binnen hetzelfde financiële systeem, ben je ook volledig afhankelijk van dat systeem en de waarde van valuta waarin die vorderingen zijn uitgedrukt.

Fysieke bezittingen voegen een andere risicocategorie toe. Goud is daarbij volgens Frank bijzonder omdat het tastbaar, compact en internationaal relatief liquide is. Bitcoin kan vanuit een ander perspectief eveneens een rol spelen, juist omdat bezit en overdracht buiten het traditionele banksysteem mogelijk zijn.

Niet alles op één plek. Niet alles bij één bank. Niet alles in één munt. En niet alles in financiële claims. Dat is vermogensregie in plaats van alleen vermogensbeheer.

Energie: het verschil tussen prijs en beschikbaarheid

De olie- en gasmarkten staan volgens Geotrendlines onder druk door geopolitieke spanningen, lage Europese gasvoorraden en beperkte raffinagecapaciteit. Frank maakte daarbij een vergelijking die binnen GRYP waarschijnlijk veel herkenning oproept.

De gedachte dat lage gasvoorraden geen probleem zijn omdat Europa altijd LNG kan inkopen, lijkt een beetje op zeggen:

“Ik heb thuis geen voedselvoorraad nodig, want ik woon boven de supermarkt.”

Dat werkt uitstekend — zolang de supermarkt wordt bevoorraad. Wanneer logistieke ketens worden verstoord, is beschikbaarheid plotseling belangrijker dan prijs.

Sander vertelde dat partijen uit de brandstofhandel achter de schermen aanzienlijk nerveuzer zijn over diesel- en brandstofvoorraden dan uit het publieke debat blijkt. Hun boodschap was daarom niet dat rantsoenering of tekorten onvermijdelijk zijn, maar dat energiezekerheid serieus genoeg is om over alternatieven na te denken.

Frank noemde heel praktisch een houtkachel als voorbeeld. Niet vanuit een klassiek 'prepper'-perspectief, maar als eenvoudige redundantie: als één energiesysteem tijdelijk niet beschikbaar is, heb je een alternatief.

Precies het soort gedachte dat goed past binnen GRYP: weerbaarheid zit vaak niet in één perfecte oplossing, maar in het creëren van meerdere opties.

Wat betekenen stijgende aandelenkoersen?

Ook de aandelenmarkt kwam aan bod. Want hoe kan het dat aandelenmarkten blijven stijgen terwijl tegelijkertijd de schulden oplopen en geopolitieke risico's toenemen?

Volgens Sander moet je daarbij eerst bepalen waarom aandelen stijgen.

Dat kan positief zijn: economische groei, productiviteitsgroei, innovatie en hogere bedrijfswinsten. Maar aandelen kunnen ook stijgen doordat de waarde van het geld waarin ze worden uitgedrukt daalt.

Hij verwees naar landen met zeer hoge inflatie waar aandelenindices soms spectaculair oplopen, terwijl de reële economie nauwelijks verbetert. Gemeten in een schaarser bezit — bijvoorbeeld goud — kan het beeld dan totaal anders zijn.

Nominale vermogensgroei is dus niet automatisch reële vermogensgroei.

Politiek: niet meer links tegen rechts?

Tijdens het maatschappelijke deel van de Q&A kwam een interessante observatie naar voren. Sander denkt dat de klassieke tegenstelling tussen links en rechts steeds minder verklaart.

De belangrijkere tegenstelling wordt volgens hem: burger versus instituties.

Politieke partijen die traditioneel links en rechts worden genoemd, hebben zich de afgelopen decennia op tal van terreinen verbonden aan dezelfde instituties en dezelfde bestuurlijke structuren. Wanneer burgers daartegen stemmen, ontstaat spanning tussen democratische uitkomsten en de wens van instituties om continuïteit te bewaren.

Of je die analyse nu volledig deelt of niet, de achterliggende vraag is relevant: wat gebeurt er wanneer een groeiend deel van de bevolking het vertrouwen verliest in instituties die juist afhankelijk zijn van dat vertrouwen?

Volgens Geotrendlines zal die spanning een belangrijke factor blijven in Europa.

En China?

Een deelnemer vroeg vervolgens of de groeiende economische macht van China geen veel grotere bedreiging vormt. China bezit of controleert belangrijke productieketens, grondstoffenstromen en strategische infrastructuur.

Sander plaatste daar een multipolair perspectief tegenover. Hij verwacht dat toekomstige grootmachten meer in invloedssferen zullen opereren en onderling pragmatische afspraken zullen maken.

Zijn analyse bevat nadrukkelijk speculatieve elementen — iets wat hij tijdens het webinar zelf ook aangaf — maar de achterliggende gedachte is duidelijk: internationale stabiliteit hoeft niet noodzakelijk voort te komen uit één wereldmacht die overal de regels bepaalt. Ze kan volgens hem ook ontstaan uit machtsevenwicht en wederzijds economisch belang.

Waar ga je heen als je geografisch wilt spreiden?

Tot slot kwam een typisch GRYP-onderwerp voorbij: geografische spreiding. Welke landen kunnen interessant zijn als tweede woonplek, emigratie bestemming of simpelweg plan B?

Zwitserland werd genoemd vanwege zijn traditie van neutraliteit, bestuurlijke stabiliteit en sterke instituties. Daar staat tegenover dat veiligheid letterlijk een prijs heeft: het is een duur land.

Verder kwamen onder andere delen van Zuid-Europa en Zuid-Amerika ter sprake. Belangrijker dan de specifieke landen was misschien wel het criterium erachter: zoek plaatsen die politiek relatief stabiel zijn, weinig strategische betekenis hebben in grote conflicten, voldoende economische vrijheid bieden en waar je als individu relatief zelfstandig kunt functioneren.

Geografische diversificatie is daarmee eigenlijk hetzelfde principe als financiële diversificatie — maar dan toegepast op je leefomgeving.

Geen voorspelling, maar een raamwerk

Het interessante aan Geotrendlines zit niet in het voorspellen van de volgende krantenkop. Ook Sander en Frank benadrukten meermaals dat timing buitengewoon moeilijk is. Hun benadering is veel meer gericht op het herkennen van structurele trends.

  • Van unipolair naar multipolair.
  • Van financiële globalisering naar strategische autonomie.
  • Van vanzelfsprekend vertrouwen in instituties naar toenemend wantrouwen.
  • Van uitsluitend financieel vermogen naar meer belangstelling voor tastbare waarden.
  • Van maximale efficiëntie naar redundantie en weerbaarheid.

En precies daar raakt Geotrendlines sterk aan de uitgangspunten van GRYP. Want grip krijgen betekent niet dat je precies weet wat morgen gebeurt. Het betekent dat je ontwikkelingen vroeg probeert te herkennen, verschillende scenario's serieus neemt en ervoor zorgt dat je voldoende handelingsvrijheid houdt wanneer omstandigheden veranderen.

Vrijheid, veiligheid en vermogen beginnen uiteindelijk allemaal bij hetzelfde: opties hebben.

Dit artikel is een inhoudelijke weergave van het webinar en beschrijft de analyses en opvattingen van Sander Boon en Frank Knopers. Het betreft geen persoonlijk beleggingsadvies.

Redactie

Redactie

Dit artikel is geschreven door de redactie van Geotrendlines.

Lees alles van Redactie »