De jaren-zestigbeweging keerde zich tegen de dienstplicht, Vietnam, rassenscheiding en de burgerlijke moraal. De nieuwe counterculture keerde zich tegen lockdowns, mandaten, platformcensuur en de morele claim van “de wetenschap”. Destijds noemde de zittende macht hen hippies, nu noemen de status-quo-elites de tegenbeweging van deze tijd rechts-radicaal. De diepere opponent is echter dezelfde gebleven: een permanente technocratische orde waarvan de kern globalistisch, dollar-gecentreerd en unipolair westers is. Beide countercultures streden tegen de zichtbare macht van hun tijd. De progressief-linkse hippies misten grotendeels de laag die niet meedoet aan verkiezingen. Daardoor konden zij...