Gaslighting met economische cijfers

Gaslighting met economische cijfers

De Nederlandse economie groeit sneller dan gedacht en consumenten schatten de inflatie veel te hoog in. Dat is de boodschap die uit twee recente persberichten van het CBS naar voren komt. De cijfers en berekeningen zullen ongetwijfeld kloppen, maar de manier waarop ze worden gepresenteerd schetst een veel rooskleuriger beeld van de economische situatie dan veel Nederlanders in hun dagelijks leven ervaren. Het is een vorm van institutionele gaslighting: burgers krijgen te horen dat de economie er goed voor staat, terwijl hun koopkracht en financiële ruimte een heel ander verhaal vertellen.

Wat betekent economische groei?

Neem de economische groei van 0,4 procent in het tweede kwartaal. Het CBS wijst erop dat huishoudens en de overheid meer hebben uitgegeven. Maar meer uitgeven is niet hetzelfde als welvarender worden. Door inflatie moeten huishoudens vanzelfsprekend steeds meer euro’s besteden om dezelfde levensstandaard te behouden. Nominale bestedingen zeggen daarom weinig over de reële koopkracht. Wie tien procent meer aan boodschappen uitgeeft dan een jaar geleden, maar dezelfde winkelwagen mee naar huis neemt, is niet rijker geworden. Bestedingen stijgen, maar de koopkracht is gedaald.

Bbp groeit, maar wat zegt dat eigenlijk? (Bron: CBS)
Bbp groeit, maar wat zegt dat eigenlijk? (Bron: CBS)

Ook de manier waarop bruto binnenlands product (bbp) wordt gehanteerd als meetlat voor economische groei behoeft enige nuancering. Het bbp meet de totale productie en uitgaven, maar is geen goede maatstaf voor economische welvaart. Wanneer de overheid meer ambtenaren aanneemt of hogere salarissen uitbetaalt, stijgt het bbp automatisch mee. Dat betekent echter niet dat de economie productiever of concurrerender is geworden. Productieve investeringen door bedrijven creëren nieuwe technologie, innovatie en toekomstige verdiencapaciteit; overheidsuitgaven zijn vaker consumptief van aard. Bovendien zijn overheden over het algemeen minder goed in staat kapitaal optimaal aan te wenden dan de vrije markt. Toch worden uitgaven door overheden of door consumenten in het bbp als gelijkwaardig behandeld, waardoor de groei gunstiger oogt dan de onderliggende economische werkelijkheid.

Wat is de werkelijke inflatie?

Hetzelfde zien we bij de inflatie. Volgens het CBS bedraagt de officiële inflatie de afgelopen twee jaar ongeveer drie procent, terwijl consumenten de prijsstijgingen nog altijd rond de acht procent inschatten. De impliciete boodschap is dat burgers zich vergissen, en dat de ‘feitelijke’ inflatie zoals het CBS zegt veel lager is. Maar misschien zit daar een foutieve aanname in, namelijk dat het officiële inflatiecijfer steeds minder goed aansluit bij de dagelijkse werkelijkheid van veel huishoudens.

De inflatie zit tussen de oren, aldus het CBS (Bron: CBS)
De inflatie zit tussen de oren, aldus het CBS (Bron: CBS)

De inflatie wordt immers berekend op basis van een gestandaardiseerd boodschappenmandje dat voor iedereen hetzelfde is. In de praktijk geven huishoudens een groot deel van hun inkomen uit aan boodschappen, brandstof, energie en wonen – juist de categorieën die afgelopen jaren bovengemiddeld veel duurder zijn geworden. Dat verklaart waarom doorsnee huishoudens een veel hogere inflatie ervaren dan het officiële inflatiecijfer suggereert.

De zogenoemde gevoelsinflatie is misschien een minder kwantitatieve meetmethode dan het boodschappenmandje van het CBS, maar kan een betere afspiegeling zijn van de prijsdruk die huishoudens daadwerkelijk ondervinden. Het is niet moeilijk hard te maken dat veel van de basisuitgaven sterker in prijs zijn gestegen dan het officiële cijfer van drie procent. En dat televisies of andere elektronische apparaten weer goedkoper zijn geworden is mooi, maar die koopt een gemiddelde consument niet elke maand.

Conclusie

Statistieken kunnen nuttig zijn, maar verliezen hun waarde wanneer deze worden gepresenteerd als de werkelijkheid. Door stijgende uitgaven en hogere ambtenarensalarissen te kwalificeren als ‘economische groei’ en de daadwerkelijk ervaren inflatie weg te zetten als een perceptieprobleem, ontstaat een narratief over de economie waarin burgers zich nauwelijks nog herkennen.

Misschien ligt het probleem daarom niet bij de gevoelsinflatie van consumenten, maar bij de manier waarop de complexe economische werkelijkheid door de overheid in een model wordt geduwd om een bepaald narratief overeind te houden.

Dit artikel verscheen op 7 augustus in de Geotrendlines Weekly. Wil je meer van dit soort artikelen ontvangen? Laat dan onderaan deze website je e-mailadres achter en lees onze weekupdate een maand gratis!

Frank Knopers

Frank Knopers

Frank Knopers studeerde bedrijfswetenschappen aan de Universiteit Twente in Enschede en behaalde een Master in Financial Management met een onderzoek naar de effectiviteit van waardebeleggen (value investing) in Nederland. Sinds het uitbreken van de financiële crisis is Frank zich gaan verdiepen in het geldsysteem en de goudmarkt.

Lees alles van Frank Knopers »